zaterdag 23 oktober 2010

Tel de tijd...

We hebben onszelf een keurslijf van tijd opgelegd.  Als we niet zoveel mogelijk actie proppen in zo weinig mogelijk tijd, vallen we als 'loser' uit de boot. Zo hollen we uiteindelijk voortdurend achter de tijd aan, en bij elke pas verliezen we telkens weer een stukje méér van onszelf, verslaafd als we zijn aan tijd.

Tijd is inherent aan het universum.  Einstein spreekt van de 'ruimtetijd', en van haar relativiteit. Temidden van deze natuur, waarin geen enkel fenomeen hetzelfde is als een ogenblik tevoren, staat de mens die, tegennatuurlijk, hoopt op permanentie - een droom die telkens weer als een zeepbel uit elkaar spat.  

We sussen onszelf met de gedachte dat, als tijd geen permanentie toelaat, het toch een rekbaar begrip is; dat tijd 'ademt', zoals het heelal.  Maar gaat dit dan wel over tijd, of eerder over de menselijke beleving ervan? Bachelard maakt zelfs een onderscheid tussen de gedachte en de beleefde tijd.  Volgens hem begint de beleefde tijd in de gedachte tijd.  Of is het omgekeerd? 

De tijd denken is het leven omkaderen: mijn herinneringen bouwen een tijd rond de gebeurtenissen van nu. Ik ben dan de tijdsbron, en fundeer zo mijn eigen verleden.  Bergson spreekt van de innerlijke tijd, die een filosofische - zelfs mythische - is.  Het is de tijd van de beleving, die de mens innerlijk transformeert en verrijkt.

In dié tijd is hollen overbodig.


zondag 26 september 2010

Het raadsel van de verdwenen mythen

Mythen zijn fictieve verhalen over de meest existentiële levenservaringen, reflecties van ervaringen uit het diepste bewustzijn die essentieel zijn voor de werkelijkheidsbeleving, ook als deze niet rationeel kan worden bewezen.  Door symbolen of tekens onthult de mythe het bestaan en de ervaring van levend te zijn. De symbolen maken de kennis van de wereld ervaarbaar en de ervaring kenbaar.  Voor ons, westerlingen en erfgenamen van het rationaliseringsproces, is het echter een immense klus geworden om deze symbolen echt te beleven. En wie kent nog onze mythen?

Met de opkomst van het wetenschappelijk denken in de Renaissance is het mythisch denken verdrongen en ging het volgens antropoloog Lévi-Strauss over op de muziek (van Bach tot Wagner).  Daarna is ze ook daaruit verdwenen.  Welk medium biedt vandaag nog de mogelijkheid onze werkelijkheidservaring om te zetten in de o zo noodzakelijke levenswijsheid? Ligt het grote succes van horror, fantasy en magie als genres in film en literatuur niet net in deze mythische beleving?  Is wetenschap zelf een mythe 'van de waarheid'?  En welke boodschap verwachten we dat ze onze kinderen brengen?